|
Vaccinatie
Het
is verstandig om waar mogelijk katten tegen ziektes te
beschermen d.m.v. regelmatige vaccinatie: voorkomen is altijd
beter dan genezen!
Wij
adviseren als dierenarts om gericht te vaccineren en per kat in
kaart te brengen welke vaccinaties er echt noodzakelijk zijn.
Vaccinatie is maatwerk en we zoeken samen met u naar het
optimale vaccinatieschema voor uw kat.
Tegenwoordig wordt steeds vaker de vraag gesteld of al die
inentingen dan geen kwaad kunnen. Tenslotte wordt elke keer een
soort inspanning gevraagd van het afweersysteem. Het antwoord is
dat met de momenteel beschikbare vaccins die risico's uiterst
klein zijn: de voordelen van regelmatig enten zijn oneindig veel
groter dan de nadelen. Natuurlijk is het wel goed om kritisch
naar de inentingen te kijken. Zo is het de vraag of het echt
nodig is elk jaar een complete cocktailenting te geven.
Het
is inmiddels bekend dat de beschermingsduur niet voor alle
componenten uit deze cocktails hetzelfde is. Voor niesziekte is
dat een jaar, dus katten moeten daar echt elk jaar voor worden
ingeënt. Maar voor kattenziekte is de beschermingsduur veel
langer, dus daarvoor is elk jaar enten niet nodig.
Een
ander punt is dat ook zaken als leeftijd en leefomstandigheden
een rol spelen. Bij een oudere kat (een "senior" huisdier) is
het afweersysteem niet altijd meer in topvorm: die hebben dus
wat vaker de hulp van een inenting nodig. Dit alles betekent dat
vaccineren meer maatwerk zal gaan worden. En dat betekent dat
wij bij de eerstvolgende gezondheidscontrole van uw kat in
overleg met u een voor uw situatie passend entschema zullen
opstellen. Zo bereiken we een optimale balans in de gezondheid
van uw huisdier.
In
overleg met uw dierenarts worden de componenten van de
jaarlijkse vaccinatie bepaald. Hierbij spelen de
leefomstandigheden van uw kat een belangrijke rol: de leeftijd
van uw kat en de infectiedruk (pension, binnen- of buitenkat,
tentoonstelling) en een bezoek aan het buitenland. Ook wordt de
bestrijding van parasieten (teken, wormen en vlooien) met u
besproken.
Als
uw kat meegaat naar het buitenland is een rabiësvaccinatie
verplicht. Ook een chip (of tatoeage) en een officieel Europees
Dierenpaspoort zijn verplicht. Voor de Rabiës vaccinatie
adviseren wij deze minimaal 1 maand voor vertrek toe te dienen.
Daarnaast hebben sommige landen nog aanvullende eisen.
| |
Jonge kat |
Volwassen kat |
|
9 wkn |
12 wkn |
1 jaar |
2 jaar |
3 jaar |
4 jaar |
Etc. |
| Kattenziekte |
|
 |
 |
|
 |
|
|
| Niesziekte |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
| Rabies |
Advies: minimaal 30 dagen voor vertrek naar het buitenland. |
Kattenziekte
De
ziekte wordt veroorzaakt door een zeer besmettelijk klein virus
(parvovirus) hetgeen ongevoelig is voor veel
ontsmettingsmiddelen. Vooral jonge dieren van minder dan 1 jaar
oud zijn gevoelig. Het virusdeeltje kan gedurende lange tijd in
de omgeving aanwezig blijven. De infectie vindt plaats door de
opname of inademing van virusdeeltjes die uitgescheiden worden
door besmette dieren. De ziekte uit zich door hoge koorts en
braken, na enige tijd kan ook diarree optreden en kan het dier
uitdrogen.
Niesziekte
Dit ziektecomplex kan worden veroorzaakt door een aantal
verschillende ziekteverwekkers, een tweetal virussen (een
herpesvirus en een calicivirus) en een zogenaamde chlamydia, die
eigenschappen bezit van zowel virussen en bacteriën. Katten van
alle leeftijden zijn gevoelig maar de ziekteverschijnselen zijn
meestal het meest ernstig bij jonge dieren. Infectie treedt op
door opname van besmettelijke deeltjes verspreid door zieke
dieren (b.v.: niezen, drinkbakjes). Ook dieren die de ziekte
lange tijd geleden hebben doorgemaakt kunnen nog af en toe virus
(het herpesvirus) of continue (het calicivirus) uitscheiden. De
ziekte uit zich door koorts en een ontsteking van de
slijmvliezen van de voorste luchtwegen (neus, keel), de ogen en
de mond, waardoor de dieren niezen en speekselen.
Rabiës
Het hondsdolheidvirus is besmettelijk voor alle warmbloedige
dieren, waaronder b.v. hond, kat en mens. De besmetting komt
meestal tot stand door een beet van een geïnfecteerd dier b.v.
een vos omdat het speeksel van een besmet dier virusdeeltjes
bevat. Na enige tijd treden gedragsveranderingen op die zich
kunnen uiten als agressief gedrag. Het verloop van de ziekte is
meestal fataal.
|